Mui-Egmond-waarschuwing

Muien

Een groot gevaar op het Egmondse strand zijn de muien. Een mui is een dieper gedeelte dwars op de kustlijn tussen twee zandbanken in. Het water tussen het strand en de zandbanken in (zwin genoemd) stroomt bij opkomend water (van laagwater naar hoogwater, dan wordt het vloed) en zakkend water (van hoog naar laag water, dan wordt het eb) richting deze diepere gedeeltes. Hierdoor ontstaat een krachtige stroming richting zee.

Deze zeewaartse stroming is op zich niet gevaarlijk want deze zwakt af verder vanaf de kustlijn maar de bijkomende zaken zijn gevaarlijk. Dit zijn onder andere onwetendheid, angst, vermoeidheid, (zout) water in ogen/mond, overschatting van jezelf en onderschatting van de kracht van de zee.

Wat kan je doen:

  1. Maak gebaren dat er problemen zijn (zo kunnen omstanders hulp halen);
  2. Ga mee met de stroming;
  3. Wanneer de stroming minder wordt zwem dan iets parallel aan de kust;
  4. Zwem daarna richting de brekende golven (ondiepte);
  5. Rust uit wanneer er weer grond onder de voeten is;
  6. Vervolg de weg richting strand door de zwin.

Let wel op: de mui is altijd aanwezig en de locatie kan dagelijks verschillen. De reddingsbrigades geven zoveel mogelijk de gevaarlijke punten aan door middel van bebording of afzettingen.

Enkele andere gevaren zijn:

  • Uitdroging tijdens zonnige en warme dagen.
  • Zorg altijd voor voldoende eten en drinken (geel alcohol).
  • Graven in het zand. Kuilen graven is natuurlijk leuk maar houdt het oppervlakkig en kijk uit voor bedelving.
  • Elkaar uit het oog verliezen. Houdt elkaar en vooral kinderen goed in de gaten, op strand ben je elkaar zo kwijt.

Volg altijd de aanwijzingen op van de reddingsbrigades.

  • Ga niet alleen zwemmen.
  • Zwem niet onder invloed van alcohol of drugs
  • Zwem nooit bij muien of strekdammen
  • Ga niet zwemmen met een volle maag
  • Zorg ervoor dat u nog kunt staan
  • Maak andere strandbezoeker/zwemmers duidelijk als u hulp nodig heeft
  • Waarschuw de strandwachten wanneer iemand anders hulp nodig heeft
  • Ga niet oververhit het water in, koel eerst rustig aan af
  • Volg altijd de aanwijzingen van de reddingsbrigades

 

mui

Getijden en Stromingen

De zon en de maan oefenen aantrekkingskracht uit op het water. Hierdoor beweegt water, zowel in verticale als in horizontale richting (zogenaamde getij verschijnselen). Door deze bewegingen ontstaat er een hoogste (HW) en een laagste (LW) waterstand. Vanaf het moment van LW tot het moment van HW rijst het water (vloed), vanaf het moment van HW tot het moment van LW daalt het water (eb). De aantrekkingskracht die zon en maan op de aarde uitoefenen is niet overal gelik, maar afhankelijk van de positie, die een plek op aarde op een bepaald moment inneemt t.o.v. zon en maan. Er ontstaan verschillen in aantrekkingskracht door de draaiing van de aarde om zijn eigen as en de draaiing van de aarde om de zon; met als gevolg, dat het water op aarde in een regelmatig terugkerende beweging geraakt: de getijbeweging.

Enorme Golf

De getijbeweging kun je je het beste voorstellen als een enorme golf, die over de aarde voortrolt. Als de top van deze golf ons heeft bereikt, hebben we hoogwater, als het dal ons heeft bereikt, laagwater

De duur van een getijcyclus door invloed van de maan is circa 24 uur 50 minuten, de duur van een getijcyclus door invloed van de zon is 24 uur en is veel minder sterk dan die van de maan Aan de Nederlandse kust is het 2x per dag HW en LW, de duur van een getijbeweging is dus ca.12 uuren 25 minuten.

Zon en maan

Wanneer de door de maan en de zon veroorzaakte getij golven samenwerken, d.w.z. als ze nagenoeg op hetzelfde tijdstip hoog  en laagwater hebben, dan noemt men dat springtij. Dan is het verval het grootst, m.a.w. hoogwater is het hoogste en laagwater het laagste t.o.v. vorige waterstanden. Ook stroomt het water dan het sterkst vanwege het grootste verval. Ongeveer iedere veertien dagen is er springtij (nl. de tijd tussen nieuwe maan (NM) en volle maan (VM)

Doodtij

Wanneer de getij verwekkende krachten elkaar tegenwerken, ontstaat doodtij. Dat is de situatie bij de maanstanden eerste kwartier (EK) en laatste kwartier (LK). EK en LK vallen ca. zeven dagen na resp. NM en VM. Dit betekent, dat ca. zeven dagen na springtij een doodtij is en zeven dagen later weer een springtij.

Als de zon en de maan als het ware in elkaar’s verlengde staan ten opzichte van de aarde, dan bundelen zij hun krachten en trekken meer water aan. Dit noemen we springtij. Het niveau van het water is dan bij hoogwater hoger en bij laagwater lager. De maan en de zon kunnen elkaar ook tegenwerken. Dat gebeurt als de twee hemellichamen haaks op elkaar staan. Er wordt dan van twee verschillende kanten aan het water getrokken, met als gevolg dat het water veel minder stijgt dan gemiddeld. Dit verschijnsel noemen we doodtij.

Springtij

Springtij komt twee maal per maansmaand (van 29,53 dagen) voor. Je zou verwachten dat het springtij is bij volle maan en bij nieuwe maan. Het blijkt echter twee dagen later te vallen.
De maansbaan staat in het algemeen onder een bepaalde hoek ten opzichte van de aardbaan om de zon. Hierdoor staan de zon, aarde en maan vrijwel nooit echt op één lijn. Als dit wel het geval is, dan doet zich een maan of zonsverduistering voor.

Zongtij

Het zongetij, met een periode van12 uur, haalt het maansgetij, met een periode van12 uuren 25 minuten, voortdurend in. Dit zorgt ervoor, dat het maansgetij last krijgt van een zweving: het wordt periodiek versterkt en verzwakt. Het heeft tevens een effect op de timing van het getij. Tussen springtij en doodtij heeft het zongetij een vervroegend effect op het getij, tussen doodtij en springtij een vertragend effect.

Deze pagina is 1086 keer bekeken.

Facebook Comments