Bouwvakkers, schilders en anderen die vandaag op het eiland moesten werken, verspreidden zich over de salon. Enkele fanatieke, vroege toeristen kozen voor een plekje bij het raam.

Hij besloot het buitendek op te gaan, al miezerde het een beetje. Het was nooit druk op de vroege boot, maar tussen al die mensen zitten, dat paste hem niet. Hij koesterde zijn begeerde eenzaamheid.

De watersluier werd allengs dikker en onttrok het eiland aan het zicht. Hij glimlachte, sloot zijn ogen en zag de contouren, de vuurtoren, de spits van de kerktoren, de haven, het dorp en de dijk van zijn bijna thuis. De tocht verliep vlot. Uit de grijze aantrekkelijkheid doemde de aanlegsteiger al op.

De boot stroomde leeg naar wachtende auto’s, taxi’s en bussen. Op zijn gemak kuierde hij over de veerdam en de dijk. Na enige tijd liep hij naar beneden en wandelde over een smal schelpenpad naar zijn vaste verblijfplaats, een klein huisje, net buiten het dorp.

 

De volgende ochtend fietste hij naar het strand op een stokoude, deels verroeste fiets, die meer afremde dan dat hij hem vooruit leek te brengen. Nadat hij de fiets had gestald, beklom hij het duin, daalde af naar het strand en begon aan de lange wandeling naar het oosten.

Het druilerige weer legde een serene, verstillende deken over het nagenoeg onzichtbare, weidse strand. Toen hij de kabbelende branding had bereikt, struinde hij langs de verschuivende limiet naar de punt van het eiland. Eenmaal aangekomen op wat je het einde van het eiland had kunnen noemen, bleek het dood tij te zijn, maar dat wist hij al.

Twaalf jaar alleen en bijna net zolang degelijk eenzaam, voelde hij zich als een levend eiland, verbonden met deze intense, door water en vrede omsloten, natuurlijke oerplek.

Votre nom ou entreprise ou institution.
Porte: Folkert Buiter
Votre adresse e-mail